Arbowet en veiligheidssignalering

De Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) vormt het wettelijke fundament voor veilig en gezond werken in Nederland. De wet verplicht werkgevers om arbeidsrisico’s te inventariseren, te beperken en werknemers hierover doeltreffend te informeren. Veiligheidssignalering – zoals pictogrammen, veiligheidskleuren, borden en markeringen – helpt om risico’s en voorzieningen visueel herkenbaar te maken, ook als er weinig tijd is om te lezen of te overleggen.

De Arbowet beschrijft de zorgplicht vooral op hoofdlijnen. De concrete toepassing van signalering staat uitgewerkt in het Arbeidsomstandighedenbesluit en de Arbeidsomstandighedenregeling. Daarin lees je wanneer signalering verplicht is en welke middelen je inzet (bijvoorbeeld borden, veiligheidskleur, vloermarkering en leidingmarkering).

Wil je de bron direct raadplegen? Bekijk de Arbowet op wetten.overheid.nl.

Artikel 8 Arbowet – voorlichting en onderricht


Artikel 8 draait om voorlichting en instructie. Werknemers moeten snappen welke risico’s er zijn en hoe zij veilig werken. Veiligheidssignalering ondersteunt dat: je legt iets uit in instructie of toolbox, en je maakt het daarna blijvend zichtbaar op de werkplek met pictogrammen, kleurmarkering en borden.

De werkgever moet werknemers doeltreffend informeren over onder andere:

  • de werkzaamheden en de daaraan verbonden risico’s;
  • maatregelen om risico’s te voorkomen of te beperken;
  • de werking en het juiste gebruik van arbeidsmiddelen en PBM;
  • instructies en voorschriften om veilig te werken.

Meer achtergrond over pictogrammen lees je in: Wat zijn veiligheidspictogrammen?. Voor het kiezen van de juiste symbolen zijn ISO 7010 en in Nederland NEN 3011 de belangrijkste uitgangspunten.

Arbeidsomstandighedenregeling – permanente signalering


In hoofdstuk 8 van de Arbeidsomstandighedenregeling staat uitgewerkt hoe je signalering toepast. Artikel 8.2 is hierbij extra belangrijk, omdat dit artikel beschrijft welke signalering permanent aanwezig moet zijn.

In artikel 8.2 staat onder andere (samengevat in begrijpelijke taal):

  • Signalering voor verbod, waarschuwing en gebod, en voor de lokalisatie/identificatie van reddings- en hulpmiddelen, gebeurt permanent met borden.
  • Signalering voor de lokalisatie/identificatie van brandbestrijdingsmateriaal gebeurt permanent met borden of een veiligheidskleur (rood).
  • Markering van obstakels en gevaarlijke plaatsen gebeurt permanent met veiligheidskleur of borden.
  • Markering van verkeerswegen gebeurt permanent met een veiligheidskleur.
  • Leidingen (bijvoorbeeld voor gevaarlijke stoffen) moeten herkenbaar zijn gemarkeerd volgens de regeling.

In de praktijk betekent dit: een compleet signaleringsplan bevat vaak méér dan alleen pictogrammen. Denk ook aan vloermarkering (routes, zones, vrijhouden-gebieden) en leidingmarkering. Zo maak je risico’s en voorzieningen zichtbaar op de plek waar mensen handelen. Naast het gebruik van borden is het ook gebruikelijk om stickers toe te passen als de situatie hiervoor geschikt is.

Arbeidsomstandighedenbesluit – vluchtwegen en nooduitgangen


Het Arbeidsomstandighedenbesluit op wetten.overheid.nl bevat aanvullende regels over de inrichting van arbeidsplaatsen. Voor signalering zijn vooral de bepalingen over vluchtwegen en nooduitgangen relevant: bij direct gevaar moeten mensen snel en veilig kunnen vluchten.

In de artikelen over vluchtwegen en nooduitgangen staat onder meer dat:

  • vluchtwegen en nooduitgangen vrij blijven van obstakels;
  • nooduitgangen te allen tijde te openen zijn;
  • vluchtwegen en nooduitgangen herkenbaar moeten zijn gemarkeerd met signalen die aan de voorschriften voldoen.

Voor de praktische invulling sluit je in Nederland vaak aan bij NEN 3011 en de internationale symbolen uit ISO 7010. Daarmee werk je met vaste vormen, kleuren en pictogrammen die snel herkenbaar zijn.

Veiligheidssignalering in de praktijk


Goede signalering is een samenhangend systeem. Je wilt dat iemand in één oogopslag ziet: waar is het risico, wat moet ik doen, en waar vind ik een middel of route. Dat bereik je door borden en markeringen logisch te plaatsen en dezelfde keuzes overal door te voeren.

Veiligheidssignalering bestaat vaak uit een combinatie van:

Werk je met ISO 7010 en NEN 3011 als basis, dan ontstaat er rust en herkenning. Dat helpt niet alleen bij compliance, maar vooral bij sneller en veiliger handelen.

Relatie met Europese Richtlijn 92/58/EEG


De Nederlandse regels voor veiligheidssignalering zijn gebaseerd op de Europese Richtlijn 92/58/EEG. Deze richtlijn beschrijft minimumvoorschriften voor veiligheids- en gezondheidssignalering op het werk. Lidstaten werken dit uit in nationale wetgeving, zolang de betekenis, symbolen en kleurprincipes herkenbaar blijven.

In Nederland zie je deze relatie terug in de Arbowet, het Arbobesluit en de Arboregeling. Wil je precies weten wat de richtlijn voorschrijft en wat dat in Nederland betekent? Bekijk dan de aparte pagina: Europese Richtlijn 92/58/EEG.


Veelgestelde vragen over de arbowet en veiligheidssignalering
Veiligheidssignalering is verplicht zodra er arbeidsrisico’s aanwezig zijn die niet op een andere manier voldoende duidelijk kunnen worden gemaakt, zoals bij brandvoorzieningen, vluchtwegen, gevaarlijke zones en obstakels.
Je gebruikt veiligheidsborden wanneer een risico, verplichting of voorziening duidelijk moet worden geïdentificeerd, en een veiligheidskleur wanneer het gaat om markering van zones, routes, obstakels of brandvoorzieningen.
Volgens artikel 8.2 van de Arbeidsomstandighedenregeling moet signalering voor verboden, waarschuwingen, geboden, brandbestrijdingsmiddelen, reddingsmiddelen, verkeerswegen, obstakels en leidingen permanent aanwezig zijn.
Artikel 8.2 van de Arboregeling schrijft voor welke veiligheidssignalering permanent aanwezig moet zijn. Overzicht van borden, kleuren en markeringen.
De Arbowet verplicht veiligheidssignalering, terwijl ISO 7010 en NEN 3011 vastleggen hoe die signalering eruitziet. ISO 7010 bepaalt de symbolen, NEN 3011 beschrijft de toepassing daarvan in Nederland.