Duitse ASR en veiligheidssignalering
Duitsland werkt met de Arbeitsstättenverordnung (ArbStättV) en de bijbehorende Technische Regeln für Arbeitsstätten (ASR). In die ASR staat hoe veiligheids- en gezondheidssignalering in de praktijk hoort te worden toegepast: wanneer borden nodig zijn, hoe vluchtroutes worden aangegeven en welke symbolen gangbaar zijn.
Deze pagina geeft een praktisch overzicht van de belangrijkste onderdelen voor signalering, met de nadruk op ASR A1.3 (Sicherheits- und Gesundheitsschutzkennzeichnung). Voor vluchtwegaanduiding sluit Duitsland daarnaast aan op ASR A2.3.
Wat is ASR en hoe verhoudt dit zich tot de ArbStättV?
De ArbStättV is de Duitse verordening die eisen stelt aan het inrichten en gebruiken van arbeidsplaatsen. De ASR zijn technische regels die uitleggen hoe aan die eisen wordt voldaan.
Belangrijk in Duitsland is het principe van “Vermutungswirkung”: als een organisatie de gepubliceerde ASR volgt, wordt er in het algemeen van uitgegaan dat aan de ArbStättV-eisen is voldaan. Wordt daarvan afgeweken, dan moet aantoonbaar dezelfde veiligheid worden bereikt met andere maatregelen.
Voor veiligheidssignalering gaat het in de praktijk vooral om:
- ASR A1.3 – algemene regels voor veiligheids- en gezondheidssignalering (borden, kleuren, pictogrammen).
- ASR A2.3 – regels voor vluchtwegen, nooduitgangen en (delen van) vluchtrouteaanduiding.
- ASR A2.2 – regels rond brandbeveiliging (waaronder herkenbaarheid van blusmiddelen op locatie).
ASR A1.3: veiligheids- en gezondheidssignalering
ASR A1.3 beschrijft wanneer veiligheidsborden en veiligheidskleuren nodig zijn en hoe die borden duidelijk, consistent en herkenbaar worden toegepast. De kern is eenvoudig: signalering komt in beeld wanneer risico’s niet volledig worden weggenomen met technische of organisatorische maatregelen.
ASR A1.3 gaat onder andere over:
- soorten signalering (verbod, waarschuwing, gebod, redding/evacuatie, brandbestrijding, eerste hulp);
- zichtbaarheid en plaatsing (logische locaties, goed waarneembaar, niet verstopt achter obstakels);
- combinaties met pijlen of aanvullende tekens wanneer richting of locatie moet worden verduidelijkt;
- uniform gebruik van symbolen: één teken = één duidelijke veiligheidsboodschap.
In Duitse omgevingen komen ook situaties voor met “oude” en “nieuwe” symbolen. In dat geval is consistentie belangrijk. Zodra op een locatie wordt vernieuwd, is het verstandig om borden met dezelfde betekenis in één lijn te brengen, zodat er geen mix ontstaat die onnodig verwart.
Vluchtwegen en nooduitgangen: ASR A2.3
ASR A2.3 gaat over vluchtwegen en nooduitgangen: hoe breed en bruikbaar ze moeten zijn, hoe obstakels worden voorkomen en hoe de route herkenbaar blijft. In veel gebouwen hoort vluchtrouteaanduiding bij een totale aanpak: duidelijke route, duidelijke deur, duidelijke richting.
Een belangrijk praktisch punt: in sommige eenvoudige ruimtes (bijvoorbeeld een overzichtelijke ruimte met één duidelijke deur) is extra vluchtroute-signalering niet altijd noodzakelijk. In andere situaties juist wel, bijvoorbeeld bij bochten, niveauverschillen, kruispunten en lange gangen.
Rol van ISO 7010 en DIN-normen in Duitsland
Duitsland sluit in de praktijk veel aan op DIN EN ISO 7010 voor veiligheidssymbolen. Die norm zorgt voor vaste pictogrammen met vaste betekenis. Dat helpt bij eenduidige herkenning, ook voor internationale medewerkers, bezoekers en hulpdiensten.
Rondom vluchtrouteaanduiding, pijlen en “wayfinding” worden daarnaast vaak aanvullende (DIN-)documenten gebruikt, zodat pijlen en plaatsing logisch blijven in complexe gebouwen.
Praktische checklist voor bedrijven
Wilt u signalering voor Duitsland goed neerzetten, dan werkt deze volgorde in de praktijk het snelst:
- Start met een risico-inventarisatie per ruimte of zone (waar zitten echte restrisico’s?).
- Kies per risico het juiste type bord: verbod, waarschuwing, gebod, brandbestrijding, eerste hulp of redding/evacuatie.
- Controleer zichtlijnen: wordt het bord op tijd gezien, ook bij benadering uit zijgangen of achter stellingen?
- Maak vluchtroutes “leesbaar”: juiste borden, juiste pijlen, juiste herhaling bij bochten en kruispunten.
- Voorkom een mix van stijlen en betekenissen. Gebruik één duidelijke standaard (bij voorkeur ISO 7010) en blijf consistent.