Welke vormen van veiligheidssignalering worden in België gebruikt?

De Codex over het welzijn op het werk onderscheidt verschillende vormen van veiligheidssignalering. De keuze hangt af van het type risico, de omgeving en de mate waarin aanvullende uitleg nodig is. Signalering moet altijd duidelijk, duurzaam en begrijpelijk zijn.

In de praktijk worden in België de volgende vormen van veiligheidssignalering gebruikt:

  • Veiligheidsborden met pictogrammen – voor verboden, waarschuwingen, geboden, noodvoorzieningen en brandbestrijdingsmiddelen. Deze borden volgen vaste kleuren en vormen en worden vaak uitgevoerd volgens NBN EN ISO 7010.
  • Veiligheidskleuren – zoals rood voor brandbestrijding en noodvoorzieningen, geel voor waarschuwingen en groen voor nood- en reddingssignalen.
  • Vloermarkeringen – voor het aangeven van looproutes, rijwegen, zones, vrij te houden gebieden en gevaarlijke plaatsen.
  • Leidingmarkering – om leidingen voor gevaarlijke stoffen, gassen of vloeistoffen herkenbaar te maken, inclusief stroomrichting en inhoud.
  • Licht- en geluidssignalen – bijvoorbeeld bij machines, alarmsystemen of noodsituaties waarbij onmiddellijke aandacht vereist is.
  • Stickers – vooral toegepast op machines, gereedschappen, deuren of glasoppervlakken, waar vaste borden minder praktisch zijn of waar directe nabijheid van de waarschuwing gewenst is.

De regelgeving schrijft niet voor dat altijd één specifieke vorm moet worden gebruikt. Wel geldt dat signalering doeltreffend moet zijn: zichtbaar op de juiste plaats, afgestemd op de kijkafstand en begrijpelijk zonder aanvullende uitleg.

In veel werksituaties wordt daarom een combinatie toegepast, bijvoorbeeld een bord boven een voorziening, aangevuld met vloermarkering of een sticker op de directe gebruiksplek.