Wat zegt het Arbobesluit over vluchtwegen en nooduitgangen en de markering daarvan?

Het Arbeidsomstandighedenbesluit bevat concrete regels voor de inrichting van arbeidsplaatsen. Voor veiligheidssignalering zijn vooral de bepalingen over vluchtwegen en nooduitgangen van belang, vastgelegd in de artikelen 3.6 en 3.7.

Het uitgangspunt van deze artikelen is dat werknemers en andere aanwezigen zich bij een situatie met direct gevaar snel en via de kortst mogelijke weg in veiligheid moeten kunnen brengen.

Het Arbobesluit bepaalt onder andere dat:

  • vluchtwegen en nooduitgangen vrij moeten blijven van obstakels;
  • nooduitgangen te allen tijde te openen moeten zijn;
  • deuren op het traject van de vluchtweg eenvoudig van binnenuit te openen zijn;
  • schuif- en draaideuren niet als nooduitgang mogen worden gebruikt;
  • vluchtwegen en nooduitgangen duidelijk gemarkeerd moeten zijn met signalen die aan de voorschriften voldoen.

Specifiek staat in het Arbobesluit dat de markering van vluchtwegen, deuren en nooduitgangen moet plaatsvinden met veiligheidssignalering die goed zichtbaar en herkenbaar is, ook in stressvolle of onoverzichtelijke situaties.

In de praktijk betekent dit dat gebruik wordt gemaakt van vaste vluchtwegaanduiding, zoals pictogrammen, borden en – waar van toepassing – fotoluminescerende signalering. Bij uitval van de verlichting moet de vluchtroute nog steeds herkenbaar blijven.

Voor de uitvoering van deze markering wordt in Nederland aangesloten bij NEN 3011 en de internationale pictogrammen uit ISO 7010. Deze normen zorgen voor vaste symbolen, kleuren en richtingen, zodat iedereen de vluchtroute direct begrijpt.