Wat doe je bij minder licht of een schuine kijkhoek?
Bij minder licht en een schuine kijkhoek wordt een pictogram minder snel en minder goed herkend. De effectieve leesafstand neemt dan af.
Bij verminderde verlichting kun je als praktische richtlijn rekenen met ongeveer 0,5 × de normale leesafstand. Dat betekent in de praktijk: kies een groter pictogram dan je bij goed daglicht zou doen.
Ook de kijkhoek heeft invloed op de leesbaarheid. Hoe schuiner iemand naar het pictogram kijkt, hoe kleiner de effectieve leesafstand. De norm werkt hiervoor met een correctiefactor:
zα = z × cos α
- 30° kijkhoek → factor ± 0,87
- 45° kijkhoek → factor ± 0,71
- 60° kijkhoek → factor ± 0,50
In de praktijk betekent dit dat een pictogram bij een grotere kijkhoek pas later wordt herkend dan bij recht frontaal zicht.
Praktisch advies: is de verlichting wisselend, is de kijkrichting niet recht, of twijfel je tussen twee maten? Kies altijd de grotere afmeting of plaats extra pictogrammen, bijvoorbeeld haaks of als panoramisch bord langs de looproute. Zo blijft de boodschap duidelijk en voorkom je misverstanden.