Wanneer zijn verbodspictogrammen verplicht?
Verbodspictogrammen worden toegepast wanneer een risico niet volledig kan worden voorkomen door techniek, afscherming of werkprocedures. In die situaties is het noodzakelijk om met duidelijke signalering aan te geven welk gedrag niet is toegestaan.
De wettelijke basis hiervoor ligt op Europees niveau in de Europese Richtlijn 92/58/EEG . Deze richtlijn schrijft voor dat veiligheids- en gezondheidssignalering moet worden ingezet wanneer risico’s niet op een andere manier voldoende kunnen worden beperkt. Lidstaten werken deze verplichting uit in nationale wetgeving.
In de praktijk betekent dit dat verbodspictogrammen verplicht zijn op plekken waar bepaald gedrag direct gevaar kan opleveren, zoals bij:
- brand- of explosiegevaar (bijvoorbeeld roken verboden);
- toegang tot gevaarlijke zones of machines;
- situaties waar persoonlijke beschermingsmiddelen verplicht zijn en ander gedrag verboden is;
- installaties of ruimten die alleen toegankelijk zijn voor bevoegden.
Voor de uitvoering van verbodspictogrammen wordt in Europa aangesloten bij ISO 7010 . Deze norm beschrijft de vaste vorm, kleur en symboliek, zodat verbodsaanduidingen overal dezelfde betekenis hebben en zonder tekst begrepen worden.
Of een verbodspictogram in een specifieke situatie verplicht is, hangt altijd af van de risico-inventarisatie, de aard van de werkzaamheden en de geldende nationale regelgeving. In alle gevallen geldt: als het risico blijft bestaan, moet het verbod duidelijk zichtbaar worden gemaakt.