Wanneer mag fotoluminescerende vluchtwegaanduiding worden gebruikt?

Fotoluminescerende vluchtwegaanduiding mag worden toegepast in situaties waar vluchtwegen zichtbaar moeten blijven bij uitval van verlichting, maar waar de regelgeving geen specifiek type verlichting voorschrijft. Fotoluminescerende vluchtwegaanduiding laadt zich op met licht en geeft dit af in het donker. Deze vorm van signalering wordt vaak toegepast als aanvullende veiligheidsmaatregel of in situaties waar elektrische noodverlichting niet verplicht is.

Dit is bijvoorbeeld het geval in gangen, trappenhuizen, parkeergarages, technische ruimtes en industriële omgevingen. Ook op daken, afgesloten buitenruimtes en evenemententerreinen wordt fotoluminescerend vaak toegepast vanwege de onafhankelijkheid van elektriciteit.

In Europa geldt dat fotoluminescerende aanduiding mag worden gebruikt zolang:

  • de pictogrammen zichtbaar blijven bij uitval van de normale verlichting;
  • de gekozen oplossing past binnen het brandveiligheids- en ontruimingsconcept;
  • wordt voldaan aan de functionele eisen uit wet- en regelgeving.

In de praktijk wordt fotoluminescent vaak gebruikt:

  • als zelfstandige aanduiding in kleinere of overzichtelijke gebouwen;
  • als aanvullende oriëntatie bij elektrische vluchtwegverlichting;
  • op plekken waar stroomvoorziening kwetsbaar is;
  • op lage montagehoogte waar rookontwikkeling de zichtbaarheid beïnvloedt.