Wanneer is veiligheidssignalering verplicht volgens de Belgische regelgeving?

Volgens de Codex over het welzijn op het werk is veiligheidssignalering verplicht wanneer resterende risico’s aanwezig blijven op de arbeidsplaats. Dit betekent dat signalering wordt ingezet als aanvulling op preventieve maatregelen, en niet als vervanging daarvan.

De Belgische regelgeving volgt hierbij het zogenoemde preventiehiërarchiemodel. Eerst worden risico’s zoveel mogelijk weggenomen door technische oplossingen of organisatorische maatregelen. Wanneer dat onvoldoende is, moet veiligheidssignalering worden toegepast om werknemers en bezoekers te waarschuwen, te informeren of te instrueren.

Veiligheidssignalering is onder meer verplicht in situaties waarin:

  • gevaarlijke situaties of zones aanwezig blijven (bijvoorbeeld valgevaar of brandrisico);
  • verboden of verplichte handelingen duidelijk moeten worden aangegeven;
  • brandbestrijdingsmiddelen of noodvoorzieningen snel vindbaar moeten zijn;
  • vluchtwegen en nooduitgangen herkenbaar moeten worden aangeduid;
  • verkeersroutes, obstakels of leidingen extra aandacht vereisen.

De codex schrijft niet exact voor welk pictogram of bord in elke situatie moet worden gebruikt, maar stelt wel eisen aan de duidelijkheid, zichtbaarheid en begrijpelijkheid van de signalering. In de praktijk wordt daarom vaak aangesloten bij geharmoniseerde normen zoals NBN EN ISO 7010, die vaste kleuren, vormen en symbolen hanteren.

Veiligheidssignalering moet altijd aangepast zijn aan de specifieke risico’s van de werkplek en regelmatig worden geëvalueerd. Verandert de situatie, inrichting of het gebruik van een ruimte, dan moet ook de signalering opnieuw worden beoordeeld.