Wanneer gebruik je veiligheidsborden en wanneer een veiligheidskleur?
De keuze tussen een veiligheidsbord en een veiligheidskleur hangt af van het doel van de signalering. De Arbeidsomstandighedenregeling maakt hierin onderscheid tussen het aanduiden van informatie en het markeren van een omgeving.
Veiligheidsborden worden gebruikt wanneer een risico, verplichting of voorziening duidelijk moet worden geïdentificeerd. Denk aan pictogrammen voor:
- brandblussers, brandslanghaspels en handbrandmelders;
- vluchtwegen en nooduitgangen;
- verboden, waarschuwingen en geboden;
- noodvoorzieningen en hulpmiddelen.
Deze borden zorgen ervoor dat de betekenis in één oogopslag duidelijk is, ongeacht taal of achtergrond. In Nederland wordt hiervoor meestal aangesloten bij NEN 3011 en de internationale pictogrammen uit ISO 7010.
Veiligheidskleuren worden toegepast wanneer het gaat om het markeren van fysieke elementen in de omgeving. Voorbeelden hiervan zijn:
- rode markering bij brandbestrijdingsmiddelen of brandzones;
- geel-zwarte markering bij obstakels of gevaarlijke plaatsen;
- vloermarkering voor verkeerswegen, looproutes en vrij te houden zones;
- kleurmarkering van leidingen en installaties.
In veel situaties worden borden en veiligheidskleuren gecombineerd. Een brandslanghaspel kan bijvoorbeeld worden aangeduid met een pictogrambord, terwijl de locatie extra wordt benadrukt met een rode markering op wand of vloer.
Naast borden worden in de praktijk ook stickers toegepast, mits de situatie dit toelaat. Stickers zijn vooral geschikt voor:
- machines en gereedschappen;
- glazen deuren en wanden;
- vlakke oppervlakken waar bevestiging van een bord lastig is.
Zolang de signalering duidelijk zichtbaar, duurzaam en goed leesbaar is, voldoet deze aan de doelstelling van de Arbowet en onderliggende regelgeving. Het uitgangspunt blijft altijd: het risico moet direct herkenbaar zijn op de plek waar men handelt.