Waar moeten verbodspictogrammen worden geplaatst?
Een verbodspictogram werkt alleen als het op de juiste plek hangt. De regel is eenvoudig: het pictogram moet zichtbaar zijn vóórdat iemand het verboden gedrag kan vertonen. Zo wordt het verbod preventief en niet pas achteraf duidelijk.
In de praktijk betekent dit dat verbodspictogrammen worden geplaatst:
- bij toegangen tot ruimtes waar het verbod geldt;
- op of direct naast machines, installaties of werkplekken;
- op deuren, hekwerken of afscheidingen;
- op ooghoogte of in de directe zichtlijn van de gebruiker.
De plaatsingshoogte en kijkafstand bepalen mede het formaat. Bij langere kijkafstanden is een groter pictogram nodig om de herkenbaarheid te behouden. In drukke of complexe omgevingen kan herhaling van het pictogram nodig zijn.
De Europese basis voor deze aanpak ligt in de Europese Richtlijn 92/58/EEG , waarin is vastgelegd dat signalering duidelijk, goed zichtbaar en ondubbelzinnig moet zijn. Voor de vorm en herkenbaarheid wordt aangesloten bij ISO 7010 .
Afhankelijk van de ondergrond en omgeving kan worden gekozen voor verschillende uitvoeringen, zoals borden, stickers, raamstickers of vloerstickers. De boodschap blijft hetzelfde; de uitvoering sluit aan op de praktische situatie.