Hoe kies ik de juiste richtingpijl voor een vluchtwegpictogram?
De betekenis van richtingpijlen bij vluchtwegpictogrammen is met de invoering van ISO 7010 duidelijk vastgelegd. Hiermee is bewust afscheid genomen van oudere interpretaties die tot verwarring konden leiden.
Vroeger werd boven een nooddeur vaak een pijl naar beneden gebruikt om aan te geven “hier is de uitgang”. Binnen ISO 7010 is dat gewijzigd. Een pijl naar boven betekent nu:
- rechtdoor lopen richting de vluchtweg, of
- de nooduitgang zelf wanneer het pictogram boven de deur is geplaatst.
De pijl naar beneden heeft in de huidige norm een specifieke betekenis: de vluchtweg gaat daadwerkelijk naar beneden, bijvoorbeeld via een trap of helling. Deze pijl wordt dus niet meer gebruikt om alleen een uitgang aan te duiden.
Voor routes met hoogteverschil worden schuine pijlen gebruikt:
- schuin links of rechts omhoog: trap of helling omhoog;
- schuin links of rechts omlaag: trap of helling omlaag.
In oudere pictogrammen werden trappen soms nog afgebeeld met treden. Binnen ISO 7010 is dat losgelaten: de richtingpijl alleen bepaalt de looprichting. Dit zorgt voor een rustiger pictogram en snellere herkenning, ook voor internationale gebruikers.
Bij twijfel geldt altijd: bepaal de pijl vanuit het perspectief van de persoon die het bord ziet en kies de richting die het eerstvolgende loopmoment correct weergeeft.